Belasting bij het verhuren van een tweede woning

Verhuurt u een tweede woning of vakantiewoning? Dan bepaalt uw fiscale situatie hoeveel u overhoudt. Op deze pagina vindt u het overzicht: in welke box uw inkomsten vallen, welke kosten meetellen en waar u per onderwerp verder leest.

Laatst bijgewerkt op

Box 1 of box 3: waar vallen uw inkomsten?

De eerste vraag bij verhuur van een tweede woning is niet hoeveel u verdient, maar waar die opbrengst fiscaal terechtkomt. Valt uw woning in box 3, dan belast de Belastingdienst de waarde van uw vermogen op de peildatum en niet uw werkelijke huurinkomsten. Valt de verhuur in box 1, dan telt uw feitelijke resultaat mee: de huur die u ontvangt, verminderd met de zakelijke kosten die u maakt.

Bepalend is de mate van arbeid. Blijft uw rol beperkt tot wat de wet normaal vermogensbeheer noemt, u bezit de woning, laat het praktische werk over aan anderen en stuurt op hoofdlijnen, dan blijft de woning doorgaans in box 3. Verricht u structureel werk dat daarbovenuit gaat, bijvoorbeeld door zelf schoon te maken, gasten te ontvangen, te verbouwen en actief te acquireren, dan kan de inspecteur de inkomsten in box 1 plaatsen als resultaat uit overige werkzaamheden.

Het verschil is groot: box 1 kent een progressief tarief maar biedt kostenaftrek, box 3 kent een vlakke heffing zonder aftrek. Welke uitkomst voor u gunstiger is, hangt af van uw woningwaarde, uw rendement en uw overige inkomen, en dus van uw eigen situatie.

Lees verder: tweede woning verhuren via Airbnb, box 3 of box 1?

Aftrekbare kosten bij verhuur

Kostenaftrek speelt alleen wanneer uw verhuur in box 1 valt. Dan mag u de kosten die u zakelijk maakt in mindering brengen op de huuropbrengst: denk aan schoonmaak tussen gasten, linnengoed en verbruiksartikelen, onderhoud en klein herstel, verzekeringen, de kosten van uw beheerder en de commissie die verhuurplatforms inhouden.

Twee begrenzingen zijn belangrijk. Ten eerste het onderscheid tussen onderhoud en verbetering: onderhoud houdt de woning in dezelfde staat en is doorgaans aftrekbaar, een verbetering verhoogt de waarde en volgt een ander regime. Ten tweede het privégebruik: gebruikt u de woning ook zelf, dan mag u alleen het zakelijke deel van de kosten opvoeren, naar rato van de verhuurde periode.

Valt uw woning in box 3, dan zijn kosten niet aftrekbaar, de heffing gaat immers over de waarde van uw vermogen. Alleen schulden die aan de woning verbonden zijn, kunnen de grondslag verlagen. Houd uw administratie in beide gevallen op orde: facturen, afschriften en een sluitend overzicht van verhuurde nachten zijn uw bewijs.

Lees verder: alles over aftrekbare kosten bij het verhuren van een woning

Fictief rendement in box 3

In box 3 belast de Belastingdienst niet wat u werkelijk verdient, maar een verondersteld rendement over uw vermogen. Dat heet fictief rendement. Uw tweede woning telt daarbij mee voor haar waarde op de peildatum van 1 januari; over het berekende rendement betaalt u vervolgens belasting, ook in een jaar met tegenvallende boekingen of hoge kosten.

Voor verhuurders heeft dat twee praktische gevolgen. U betaalt in een slecht jaar in principe evenveel als in een goed jaar, en een leegstaande woning kost u fiscaal hetzelfde als een volgeboekte woning. Tegelijk is het voordeel dat een sterk rendement boven het fictieve rendement niet extra wordt belast.

De wetgeving rond box 3 is de afgelopen jaren meermaals aangepast, onder meer naar aanleiding van rechtspraak over de verhouding tussen fictief en werkelijk rendement. Voor 2026 rekent de Belastingdienst met een forfaitair rendement van 6,00% over overige bezittingen zoals een tweede woning, met als peildatum 1 januari. Over het berekende box 3-inkomen betaalt u 36% belasting, boven een heffingsvrij vermogen van € 59.357 (€ 118.714 met fiscale partner). Is uw werkelijke rendement lager, dan kunt u dat doorgeven; controleer deze cijfers altijd voor het belastingjaar waarover u aangifte doet.

Lees verder: Airbnb en het fictief rendement in box 3

Uw inkomsten in box 3 houden

Voor veel verhuurders is box 3 de rustigste route: een voorspelbare heffing over de waarde van de woning, zonder dat elk boekingsjaar opnieuw ter discussie staat. Of u daar blijft, hangt af van hoe de verhuur feitelijk is ingericht, niet van wat u in de aangifte invult.

De rode draad in de rechtspraak is de hoeveelheid arbeid en de mate waarin die arbeid een meerrendement oplevert. Zelf schoonmaken, sleutels overhandigen, gasten begeleiden, zelf verbouwen en dagelijks de prijzen bijstellen: dat zijn signalen die richting box 1 wijzen. Beslissingen op eigenaarsniveau nemen en het uitvoerende werk uitbesteden, wijst juist op normaal vermogensbeheer.

Praktisch betekent dat: leg vast wie welk werk doet, werk met facturen van uw schoonmaker en beheerder, en houd de uren die u er zelf in steekt beperkt en inzichtelijk. Zo kunt u onderbouwen hoe uw verhuur in elkaar zit als de Belastingdienst daarnaar vraagt.

Lees verder: zo vallen uw verhuurinkomsten nog in box 3

Vergelijking

Box 1 versus box 3 voor verhuurders

De tarieven, percentages en drempels hieronder gelden voor belastingjaar 2026 en komen van de Belastingdienst. Ze wijzigen jaarlijks; de bronnen staan onder de tabel.

Wanneer van toepassing

Box 1
Bij actieve, arbeidsintensieve verhuur die meer is dan normaal vermogensbeheer.
Box 3
Bij verhuur die binnen normaal vermogensbeheer blijft, zonder arbeid die uitgaat boven beheer.

Grondslag van de heffing

Box 1
De werkelijk behaalde huurinkomsten min de zakelijke kosten.
Box 3
De waarde van de woning op de peildatum, niet de daadwerkelijke huurinkomsten.

Tarief (2026)

Box 1
Progressief: 35,75% tot en met € 38.883, 37,56% tot en met € 78.426 en 49,50% daarboven (tarieven vóór AOW-leeftijd).
Box 3
Vlak tarief van 36% over het berekende box 3-inkomen.

Peildatum en waardering

Box 1
Niet van toepassing; u rekent per belastingjaar met de werkelijke opbrengsten.
Box 3
Waardering per 1 januari van het belastingjaar (WOZ-waarde). Forfaitair rendement 2026: 6,00% voor overige bezittingen zoals een tweede woning, 1,28% voor banktegoeden en 2,70% voor schulden. De leegwaarderatio geldt niet voor tijdelijk verhuurde woningen, zoals vakantiewoningen.

Kosten aftrekbaar

Box 1
Ja: onderhoud, beheerkosten, schoonmaak en afschrijving voor zover zakelijk.
Box 3
Nee, kosten zijn niet aftrekbaar; alleen schulden verlagen de grondslag.

Heffingvrij vermogen / drempels

Box 1
Niet van toepassing.
Box 3
Heffingsvrij vermogen 2026: € 59.357 per persoon, € 118.714 met fiscale partner.

Administratie

Box 1
Uitgebreid: inkomsten, kosten en uren vastleggen.
Box 3
Beperkt: waarde van de woning en eventuele schulden per peildatum.

Uitbesteden

Uitbesteden en box 3

Of uw verhuur in box 3 blijft, hangt vooral af van de arbeid die ú erin steekt. Juist daarom werkt uitbesteden vaak in uw voordeel: als een beheerder de advertentie, de prijsstrategie, het gastcontact en de schoonmaak uitvoert, blijft uw eigen rol die van eigenaar. Dat sluit aan bij wat normaal vermogensbeheer heet, de situatie waarin de woning doorgaans in box 3 valt.

Daar komt bij dat uitbesteden uw dossier versterkt. U heeft facturen van uw beheerder en schoonmaker, een duidelijke taakverdeling op papier en een administratie waarin zichtbaar is wie welk werk deed. Dat maakt uw positie eenvoudiger te onderbouwen als de Belastingdienst vragen stelt.

Een garantie is het niet: uw feitelijke situatie is beslissend en de beoordeling gaat per geval. Laat uw opzet daarom toetsen door uw belastingadviseur voordat u conclusies trekt.

FAQ

Veelgestelde vragen over belasting bij verhuur

Vallen mijn Airbnb-inkomsten in box 1 of box 3?
Dat hangt af van de mate van arbeid die u in de verhuur steekt. Blijft de verhuur binnen normaal vermogensbeheer, dan valt de woning doorgaans in box 3. Verricht u structureel werk dat daarboven uitgaat, dan kan de Belastingdienst de inkomsten in box 1 belasten.
Mag ik mijn kosten aftrekken als de woning in box 3 valt?
Nee. In box 3 wordt geheven over de waarde van uw vermogen, niet over uw werkelijke inkomsten. Kosten zoals schoonmaak, beheer en onderhoud zijn dan niet aftrekbaar; alleen schulden kunnen de grondslag verlagen.
Wat is fictief rendement in box 3?
In box 3 rekent de Belastingdienst met een verondersteld rendement over uw vermogen in plaats van met uw werkelijke opbrengst. Over dat berekende rendement betaalt u belasting, ook als uw woning dat jaar minder opbracht.
Blijft mijn verhuur in box 3 als ik het beheer uitbesteed?
Vaak wel. Juist doordat een beheerder het werk doet, blijft uw eigen rol beperkt tot normaal vermogensbeheer. Beslissend is uw feitelijke situatie; laat die bij twijfel toetsen door uw belastingadviseur.
Waar vind ik de actuele tarieven en drempels?
Bij de Belastingdienst. Tarieven, percentages en heffingvrije bedragen veranderen per belastingjaar; controleer ze altijd voor het jaar waarover u aangifte doet.

Deze pagina geeft algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, percentages en drempels wijzigen per belastingjaar; raadpleeg de Belastingdienst of uw belastingadviseur voor uw eigen situatie.

Liever verhuren zonder fiscale kopzorgen?

Wij werken altijd met een 100% vrijblijvende (telefonische) intake waarbij we onze diensten afstemmen op uw wensen. U ontvangt altijd een persoonlijke overeenkomst.